een meisje die

het betrekkelijk voornaamwoord

Tijdens mijn lessen Nederlands aan buitenlanders heb ik best veel aandacht moeten
besteden aan de keuze van het juiste betrekkelijk voornaamwoord: de man die, het
kind dat. Als geheugensteuntje gebruiken we de overeenkomstige eindletter van het
lidwoord en het bijbehorend betrekkelijk voornaamwoord: de man die, het kind dat.
Een overduidelijke complicatie hierbij is, dat buitenlanders vooral in het begin van veel woorden nog niet weten of het ‘de-woorden’ of ‘het-woorden’ zijn.

Bij wie Nederlands als moedertaal heeft, is de  combinatie ‘de’ of ‘het’ en zelfstandig
naamwoord ‘ingeslepen’ en ook de combinatie zelfstandig naamwoord en
betrekkelijk voornaamwoord. Toch hoor ik bij autochtone Nederlanders steeds vaker
fouten in het gebruik van het betrekkelijk voornaamwoord, bijvoorbeeld: een meisje
die, een probleem die. Opvallend vaak komt dat voor bij persoonsaanduidingen: een meisje en een kind zijn personen en krijgen die als betrekkelijk voornaamwoord. Johan Cruijff maakte er bij alle persoonsverwijzingen wie van: de speler wie, de scheids wie.

De fout komt ook bij andere woorden steeds meer voor. Als oorzaak zou je kunnen denken aan beïnvloeding door het Nederlands van allochtone sprekers. Je kunt ook denken aan een zekere ‘taalarmoede’, maar wellicht zijn slordigheid en onverschilligheid ten aanzien van taalgebruik de voornaamste oorzaken. Niet alleen een goed voorbeeld doet goed volgen, een slecht voorbeeld ook: het lijkt ‘besmettelijk’.

(RZ)